     
|
Olé,
Cascamorras!
This
text in English
Sommigen prefereren zwart. Anderen nemen liever groene, gele of
bruine verf en beschilderen zich daarmee van top tot teen. Vijfhonderd
jaar geleden ontaarde een conflict tussen twee pastoors in het volksfeest
‘El Cascamorras’. Jaarlijks wordt het in het Zuid-Spaanse
dorpje Guadix gevierd. Bezoekers worden vooraf gewaarschuwd. ‘Pas
maar op hoor, om zeven uur wordt iedereen helemaal gek.’
tekst Marie Louise Schipper
foto’s
Leo Erken
Vier huizen zijn in plastic verpakt als om half zes de eerste jongeren
zich verzamelen bij de spoorwegovergang aan de hoofdweg van Guadix, de
Carretera de Murcia. Hun ogen glanzen in de bruinbeschilderde gezichten.
Ze dragen in hun handen tankjes verf. Of het nu om auto’s, treinen
of toevallige passanten gaat, iedereen wordt onder gespoten. In het dal
ligt het centrum van het stadje te blakeren in de zon. Te voet komen ze
aangelopen, een menigte zwarte, donkergroene en donkerbruine gestalten.
In nog geen uur tijd hebben zich honderden mensen rond het spoorlijntje
verzameld.
De buurtbewoners zijn niet gelukkig met de viering van het volksfeest
Cascamorras. Sommigen hebben een stok of een knuppel in bij zich om de
jongeren op afstand te houden. Het stoepje voor vier huizen van de nabijgelegen
Avenida de la Estación is afgezet met rood-wit gestreept plastic
lint. Achter die lijn hebben de bewonders zich verschanst. Voor hun is
9 september een dag van ergernis. ‘Dit is geen feest, dit is één
grote rotzooi’, zegt een oudere dame in het zwart. ‘Wie maakt
straks de boel weer schoon?’ Het is inmiddels kwart voor zeven.
‘Pas maar op, om zeven uur barst het los’, zegt de koster
van het kapelletje de Sagrado Corazon. ‘Dan wordt iedereen gek.’
Ook hij heeft een stok in zijn handen en deelt af en toe een prik uit
aan jongeren die zich te buiten dreigen te gaan aan verfspuiterij. ‘Ik
heb nooit aan Cascamorras meegedaan. Ook niet toen ik jong was.’
Over de achtergrond van het feest zijn de meningen verdeeld. Over één
ding is men het eens: het is allemaal begonnen met het beeld van de Heilige
Maagd van Barmhartigheid. Tijdens de Moorse overheersing in Zuid-Spanje
(790-1492) werd dit beeldje tussen Guadix en het nabijgelegen Baza begraven
teneinde vernietiging te voorkomen. In 1490 groef landarbeider Juan Pedernel
het beeldje bij toeval op. Volgens de koster werd het beeld door de pastoors
van zowel Guadix als Baza opgeeist. ‘Op een dag kregen ze ruzie.
De pastoor uit Baza gooide zelfs met zand. Vijf pastoors uit naburige
dorpen moesten bemiddelen. Toen werd besloten dat het beeldje tussen beide
gemeentes zou rouleren. De rust was helaas van korte duur. Op een gegeven
moment wilde de pastoor uit Guadix het beeldje niet meer teruggeven. Nu
staat het hier in de kerk van San Miguel.’
|
|
Volgens
de legende zal een knappe, sterke jongeman uit Baza het beeld heroveren.
Op zijn tocht naar Guadix wordt hij belaagd door jongeren die hem met
teer, tomaten en aardappelen bekogelen. Als hij onverrichterzake terugkeert
naar Baza, wacht hem daar hetzelfde lot omdat hij er niet in is geslaagd
het beeld terug te brengen. Die jongen wordt de Cascamorras genoemd: hij
die slaat met een knuppel. Tegenwoordig is het beeld niet meer het uitgangspunt
van het volksfeest, het spel van de Cascamorras is het belangrijkst. Om
dat goed te kunnen beoordelen is zelfs een vereniging in het leven geroepen.
De Hermandad del Cascamorras is een broederschap die beslist wie de hoofdrol
mag spelen. De Cascamorras moet aan de volgende voorwaarden voldoen: begin
twintig zijn en goed kunnen acteren. Dit jaar werd na zorgvuldig beraad
Heriverto Amescua uitgekozen. Het optreden van de Cascamorras van vorig
jaar was volgens kenners niet zo’n succes. Die was niet in staat
om de menigte te bespelen.
Als om zeven uur met vier geweerschoten het startsein wordt gegeven duikt
Cascamorras als uit het niets op. Hij jaagt de menigte op die scandeert:
‘Olé, olé, olé, olé, Cascamorras, Cascamorras!’
Als zij schreeuwen: ‘Ben jij wel de Cascamorras?’, zwaait
hij vervaarlijk met zijn stok en stuift de groep uiteen. Keurig gekapte
dames van middelbare leeftijd maken zich uit de voeten, bang om vieze
kleren te krijgen. Een harde wind steekt op en door het opwaaiende stof
krijgt het schouwspel een bizar tintje. Als na tien minuten de eerste
flats in zicht komen blijft de menigte plotseling staan. Bewoners staan
op balkonnetjes toe te kijken. Als de massa ‘agua!, agua!, agua!’,
scandeert worden totaal onverwacht van drie en vier hoog emmers water
gegooid. Cascamorras jaagt de groep op die opnieuw uitdagend roept: ‘Ben
jij wel de Cascamorras?’ Bij de volgende flat wordt het ritueel
herhaald. Na verloop van tijd lijkt het alsof iedereen hetzelfde roestbruine
uiterlijk krijgt door het vermengen van verf, water en stof. Als even
voor achten de menigte de trappen van de San Miguel kerk beklimt zwaait
Cascamorras voor de laatste keer met zijn stok. De menigte juicht. De
laatste emmers water worden omgekeerd. Als Cascamorres uiteindelijk in
een bijgebouwtje verdwijnt is het feest net zo snel afgelopen als het
begonnen is. Wederom worden vier schoten afgevuurd. Een man neemt zijn
zoontje bij de hand, klaar om naar huis te gaan. Het kind kijkt angstig
op, het herkent zijn vader niet. Een paar meter verderop lopen twee jongens.
Zij zijn nog steeds in de ban van het spel. Eentje zwaait met een stok
waaraan een in verf gedrenkte bal hangt. ‘Cascamorras, Cascamorras,
olé, olé, olé’, joelt de ander. Het feest is
voorbij.
|
|
Bekijk
de foto's
|