     
|
De
Jacht op het Tulpengoud
Door Marie Louise Schipper
Zoals gepubliceerd in de Volkskrant van 27 april 2005
This
text in English
Het zijn harde werkers, de tulpenkwekers uit Noord-Holland. Nuchtere
mannen ook. Toch raakten ze in de winter van 2003 in de ban van het fortuin.
Terugblik op een tulpenmanie die zich aan het oog onttrok. ‘Het
is als in het casino. Nog één keertje inzetten.’
Zwarte multomappen
op tafel, pakjes sigaretten onder handbereik. In de lucht van frituur
en koffie doen bloembollenmakelaars in februari 2003 goede zaken op het
Holland Flowers Festival in Bovenkarspel. In een grote ruimte staan tulpen
in diverse kleurschakeringen tentoongesteld. Tussen bejaarde bezoekers
kijkt een jonge, boomlange kerel vol bewondering naar een gigantische
rode tulp. ‘Wat een beest’, verzucht hij. Zijn collega’s
knikken. Dit zijn de tulpen van de toekomst. Pas over een jaar of tien,
als gebleken is dat ze niet gevoelig zijn voor ziektes en goed groeien
in de kas, zijn ze te koop in de bloemenwinkel.
Het Holland Flowers Festival is voor kwekers een hoogtepunt. Tulpenkweker
Arie Vriend en zijn broer Jack presenteren hier hun nieuwe soorten. Jan
Bakker uit Wognum promoot zijn White Heaven. Volgens hem een ‘utopie
van een tulp met een kokkerd van een bloem’. Veredelaar Jan Ligthart
acht zijn witte Tibet een geduchte concurrent. Een paar jaar geleden ging
Ligthart bijna failliet. Volgens collega’s had hij miljonair kunnen
zijn. ‘Jan is eigenlijk een artiest’, meent Bakker. ‘Die
is in staat op zijn knietjes een heel veld te rooien terwijl het ook met
een machine kan.’
Veredelaar Ger Koomen, voormalig wiskundestudent, vindt zowel de White
Heaven als de Tibet niet echt bijzonder. Hij hoopt binnen afzienbare tijd
een tulp te presenteren die alle andere doet verbleken. De broertjes Vriend
hebben de CH58, die nog een naam moet krijgen. ‘Een rode tulp die
in de kas vóór de kerst al in bloei staat. Ooit hebben we
die gekocht voor twaalfduizend gulden. De zaken gaan geweldig’,
zegt Arie Vriend. ‘Ik heb de Lingerie voor 350 euro per kilo kunnen
verkopen, terwijl ik die voor 175 heb gekocht.’
De prijzen van andere tulpen schieten ook omhoog. Als de broers een vermogen
kunnen krijgen voor de CH58, aarzelen ze geen moment. ‘Hier staat
een heel aardige hoekwoning’, zegt Vriend lachend.
Als in de lente de tulpen in bloei staan, lijkt Sijbekarspel een plaatje
uit een prentenboek. ‘Mijn opa had tulpen en koeien, mijn vader
had tulpen. We zijn helemaal gek van tulpen, mijn broer en ik. We kunnen
niks anders. Ik vind het gewoon prachtig, het is een sport’, zegt
Arie Vriend. Gekleed in een felblauwe overall staat hij trots temidden
van tinten roze, paars en rood.
‘Wat er zo mooi aan is?’ Hij lacht verontschuldigend. ‘Dat
zie je toch? Dat kan ik niet uitleggen.’ Hij pakt een bloem tussen
duim en wijsvinger. ‘Kogelhard, prachtig.’ Zijn definitie
van een goeie tulp is simpel. ‘Die heeft een harde bol, een goeie
huid, zuurt niet, en als de bloem ook nog interessant is, is hij leverbaar
voor de export.’
Hij loopt van het ene bed naar het andere en neemt met gemak de afstand
die ertussen ligt. Dit veld, de ‘kraamkamer’, is de trots
van de gebroeders Vriend. Iedere lente presenteren ze er hun nieuwe soorten.
Voor een tulpenbed van maar vier meter lang ontvingen ze onlangs 50 duizend
euro. Vriends ogen glinsteren. ‘Nou ja, je koopt ook weer dingen.
De winkel gaat evengoed rond. In de reguliere handel werk je bijna tegen
kostprijs. Dit is veel interessanter.’
De kraamkamers van tulpenkwekers zijn interessant voor de directeuren
van het Sierteelt Bemiddelingscentrum in Lisse. Mark van der Poll en Henny
van der Voort van Bakel willen het slechte imago van de tulp verbeteren
door nieuwe soorten op de markt te brengen. Het moet een trendy product
worden. In Nederland heeft de tulp een goedkope uitstraling, maar buiten
de landsgrenzen is de consument bereid voor een enkele bloem hetzelfde
te betalen als Nederlanders voor een bosje van tien.
Van der Poll is in bollenland geen onbekende; Van der Voort van Bakel
komt uit de bouwwereld. ‘Elders moet getekend worden voor een koopcontract.
Hier geldt: een man een man, een woord een woord’, zegt zij. ‘Als
bemiddelaar brengen wij op provisiebasis vraag en aanbod bij elkaar. In
totaal wordt er jaarlijks voor 1,2miljard verhandeld. Veertig procent
van de markt is in onze handen.’
|
|
Om
de marktpositie van de tulp te verbeteren, is veel geld nodig. Daarom
wordt het NovaCap Floralis Termijnfonds opgericht en worden beleggers
aangetrokken als voormalig Philips-topman Cor Boonstra en uitgever Willem
Sijthoff. Van der Poll neemt ook zitting in het fonds. De minimale inleg
is 100 duizend euro. Het voorspelde rendement is 30 procent. In korte
tijd zit 80 miljoen euro in het fonds. ‘Voor het eerst in de geschiedenis
wordt er zoveel geld van buiten in het bollenvak gestopt’, vertelt
Arie Vriend. ‘De ouwe rotten zeggen dat het niet kan. Dat er geen
markt is voor zoveel nieuwe soorten. In totaal staat er tienduizend hectare
tulpen in Nederland. Als je 30 hoofdsoorten hebt, heb je 95 procent van
het areaal te pakken. Wat moeten we dan nog met duizend nieuwe tulpen?
Hoeveel kunnen er nog bij? Ik weet het niet. Maar we zijn een dief van
onze eigen portemonnee als we niet meedoen. We hebben een flink bedrag
geïnvesteerd in nieuwe soorten. De Autoriteit Financiële Markten
heeft aan het fonds zijn goedkeuring gegeven. Dan zit het wel goed.’
Toch breekt eind november ineens paniek uit. Bij het Sierteelt Bemiddelingscentrum
wordt de telefoon niet opgenomen. In de showroom brandt geen licht meer.
De visverkoper, die recht tegenover het bedrijf is gevestigd, heeft gehoord
dat er fraude is gepleegd. De kwekers worden een dag later ingelicht door
de belangenorganisaties: de helft van het geld is zoek. Brieven waarop
aankopen vermeld staan, blijken ‘spookbriefjes’ te zijn. Die
zijn niet gedekt. De directeuren zitten in voorarrest. In december wordt
het faillissement uitgesproken. Vriend schakelt een advocaat in als blijkt
dat sommige kopers ontkennen dat er een deal heeft plaatsgevonden. Onthutst
staat hij op het veld. ‘Jarenlang deden we zaken met elkaar. Als
er wat was, regelden we dat onderling. We hebben niet altijd alles op
papier gezet. Nu zegt mijn advocaat: ‘‘Hoe hebben jullie dat
kunnen doen’’.’ Arie haalt in de herfstregen een bol
van de CH58 naar boven en toont hoe hard deze is gegroeid. ‘Mooi
hè. Niks mee mis.’ Hij lacht hoofdschuddend. ‘Hoe het
zo ver heeft kunnen komen? Tja, hoe noem je dat? Pure hebzucht. Het is
als in het casino. Je wilt steeds meer. Nog één keertje
inzetten.’
In de zomer van 2004 blijkt dat de investeerder die de CH58 heeft gekocht
niet aan zijn betalingsverplichting kan voldoen. Ooit was hij een hoekhuis
waard, nu is zijn toekomst ongewis. Als de bollen zijn gerooid, staat
de CH58 in twee kuubkisten op het erf. Wat gaat Vriend er mee doen? ‘Ze
gaan gewoon weer de grond in. Ik geloof er nog steeds in. Met de ‘Full
House’ ligt het anders. Daarvan hebben we 3000 kilo verkocht voor
180 euro per kilo. Die partij is nu getaxeerd op 9 euro per kilo. Gekocht
door mensen van buiten die gewoon ontkennen dat er een transactie heeft
plaatsgevonden. Dat zijn slechte verliezers. Mijn advocaat zegt dat we
waarschijnlijk in het gelijk worden gesteld. We hebben de koopbriefjes
uit 2002 als bewijs. We blijven strijdbaar. Je bouwt niet iets op om het
een jaar later in de soep te draaien.’ Het onderzoek naar de achtergrond
van het faillissement van SBC duurt tot op de dag van vandaag voort. Ongeveer
tachtig bedrijven zijn bij de affaire betrokken. Bij 53 bedrijven is beslag
gelegd voor 44 miljoen euro.In de tuin van de overburen van Vriend staat
de magnolia uitbundig in bloei. Het huis draagt de naam ‘Arbeid
adelt’. ‘Er had beter kunnen staan: van gokken word je arm’,
merkt Arie op. De broers schatten hun verlies in omzet op meer dan een
miljoen euro en voeren processen. ‘In het slechtste geval komen
we uit waar we tien jaar geleden zijn begonnen’, zegt Vriend. Vijftig
kilometer verderop ontvouwt Jan Ligthart in Breezand de bouwplannen voor
een grote nieuwe kas aan zijn vrouw José. Ze hebben een geweldig
jaar achter de rug. Binnenkort gaan ze met hun zes kinderen op vakantie
naar Toscane.
Copyright Marie Louise Schipper
Deze productie
kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke projecten.
Extra informatie:
De eerste tulpenmanie ontstond in 1636. Het investeren in tulpen gold
als een veiliger belegging dan de gebruikelijke investering in edelstenen.
Duizenden Hollanders, vaak mensen buiten het vak, staken zich in de schulden
om bollen te kopen en door te verkopen. Gevlamde tulpen waren bijzonder
in trek. Men wist niet dat die vlammen het gevolg waren van een virus
waardoor de zieke tulpen slecht groeiden.
Op het hoogtepunt van de tulpenmanie werd voor een bijzondere bol de waarde
van een grachtenpand geboden. In februari 1637 stortte de markt in. Op
een
Alkmaarse veiling bleken tulpenbollen onverkoopbaar. Andere veilingen
volgden. Kwekers voerden processen tegen niet betalende afnemers. Bij
de speculanten viel echter weinig te halen. Het werd voor velen de financiële
ondergang. De tulpenmanie was de eerste beurskrach uit de wereldgeschiedenis;
een schoolvoorbeeld van windhandel.
Bron: Mike Dash: Tulpengekte, uitg. Het Spectrum.
|
|
Tulpengoud
openingspagina
Koop
het boek
Tulpengoud
Tulip gold
Ipso Facto IF
€ 27,50
ISBN 90 77386 033
NUR 696/653
A
Book by
Marie Louise Schipper
With photos by
Leo Erken
A film by
Leo Erken
Research
Marie Louise Schipper
and Leo Erken
Camera
Deen van der Zaken,
Mark Bakker
and Leo Erken
Sound
Charles Kersten
and Wouter Veldhuis
Editing
Marlene van der Kooi
Music production
Frank van der Weij
Film producer
Valérie Schuit
Viewpoint Productions
|